De beroemde schilder

Ik wil het even met u hebben over de beroemde schilder. Niet over mijzelf dus, ook niet over bekende Leidse schilders van nu, maar bijvoorbeeld over een Monet of een Rembrandt. Dat waren destijds schilders die zich in het leven konden redden met hun werk, die veel werkten in opdracht en die een eigen atelier hadden met leerlingen. Denk ook aan Dali, die een hele reeks mensen voor zich had werken. Ik wil het zelfs hebben over Van Gogh of over Mondriaan. Wat ze allemaal gemeenschappelijk hebben, is dat ze ook een keer zijn begonnen met schilderen. Dat ze molens of landschapjes schilderden, om te oefenen, of gewoon om even iets anders te doen dan waar ze goed in waren. In de tijd dat ze leefden werden die kladjes in een hoek gegooid, of op een zolder op een stapel gelegd. Soms zelfs belandden ze bij het grofvuil, en ging er iemand mee vandoor omdat het zomaar op straat lag. In deze tijd komen die werken vaak op onverwachte momenten in de openbaarheid.

Op een straatmarkt, ergens wordt een onbekende Mondriaan ontdekt. Ik moet eerlijk zeggen dat wat je dan ziet echt meestal een soort prutswerk is, want anders was het al lang als meesterwerk boven komen drijven. De kenners en de galeriemensen raken echter in de grootste vervoering. De hele menigte buigt zich erover, is het een echte XXX, of is het van één van de leerlingen, of is het gewoon vervalst, een rotwerk met onterecht de naam van de meester eronder? In alle media wordt het genoemd, zoals die zogenaamde Appel die even later een gewone Jon Marten bleek te zijn, en niet uit 1947 maar uit 1972 of zoiets. Het gaat natuurlijk allemaal over geld. Was het beschilderde stuk Appelhout eerst nog 20 mille waard, die waarde daalde naar een paar honderd na enig onderzoek.

Wat wel gebeurt is dat allerlei werk van, zeg maar Mondriaan, uit de tijd dat die begon met schilderen, wel meer dan een ton opbrengt.

Denk aan Mondriaans “Boerderij onder eikebomen”, ik vind dat echt geen goed schilderij. Als nu een amateur dat op schilderles zou maken zou de docent kunnen zeggen, “die dieren zijn wel erg klein ten opzichte van de bomen, en de kleuren zijn nogal somber”, en zoals mijn docent: “wat wil je eigenlijk hiermee uitdrukken?”

De andere kant hiervan is, dat er voor ons als schilders nog hoop is, dat de groten ook soms rommel maakten en vaak maar langzaam tot iets bijzonders kwamen. Of maakt de naam ineens alles goed? Ik zeg eerlijk dat ik best graag een vergeten Mondriaan zou willen vinden, dat wel. En bij u? Ligt er één onder het logeerbed te wachten op ontdekking? Of gaat u een eigen werkje opsieren met een grote naam? Ik hoor het graag!

Geplaatst in De pen van Gerben.